125 jaar zien en uitsluiten
Over Röntgen, AI en de vraag wanneer een hulpmiddel ons denken vormt.
“Ja hi, wij willen vandaag even een dreigende sub-ileus uitsluiten met CT.” Punt. Geen patiënt, geen vraag, geen verzoek, geen indicatie.
Ik denk niet meer verbaasd terug aan deze arts-assistent. De afgelopen week begreep ik ineens beter waar deze medische werkelijkheid vandaan komt.
We vierden 125 jaar verenigde radiologie in Nederland. Een emeritus hoogleraar medische geschiedenis zei iets wat aan mij bleef plakken. Het medisch denken veranderde fundamenteel, nadat Röntgen in 1895 de eerste foto maakte van zijn hand en van zijn vrouw. Tot dat moment deed een arts wat artsen duizenden jaren hadden gedaan: luisteren, praten, percuteren, voelen, ruiken, urine bekijken, goden raadplegen, offeren. De binnenkant van een levend lichaam was een mysterie. Die zag je niet, of pas na de dood, op een snijtafel. Na Röntgen kregen we bij leven zicht op wat zich binnenin afspeelt. Het beeld gonsde door Europa. Kranten, tijdschriften, wetenschappelijke thuisknutselaars. Binnen een paar jaar zat het overal. Van vakliteratuur en kinderpuzzels tot nog later een uitgestorven manier om te kijken of je nieuwe schoenen wel zouden passen.
Tijdens mijn coschappen en het begin van mijn opleiding werd het erin gehamerd: artsen behandelen geen beelden. Een cholecystitis was een klinische diagnose. Een ileus was een klinische diagnose. Een appendicitis was, zeker bij mannen, een klinische diagnose. Eén van mijn supervisoren wantrouwde de echografie. “Die radiologen”, zei hij, “kijken naar dezelfde ruis die mijn kapotte televisie laat zien, en denken daar beelden in te herkennen. Ik vaar liever op mijn eigen ervaring.”
Bijna twintig jaar later kan ik me geen buik meer voorstellen die opengaat zonder dat er eerst beeldvorming is geweest. Zelfs bij de meeste breuken zie ik de overgang van een gewone röntgenfoto naar een 3D-reconstructie voordat de chirurg begint. Een appendix sana is nog net geen calamiteit. Mijn oude supervisor is niet weerlegd of weersproken. Hij en zijn gedachtenwereld zijn gewoon verdwenen, irrelevant geworden. De medische beeldvorming is alom aanwezig en blijft maar groeien.
Bestaat die clinicus nog? Die zijn handen over een lichaam liet gaan, die aan pus rook en meende een stafylokok te herkennen? Het urinekijken, het proeven, was ooit het toonbeeld van de arts, vereeuwigd in de schilderkunst. Het is zonder een spoor verdwenen. Ik wil niet terug naar de pisproevende dokter. Maar het laat wel zien dat een vaardigheid die het hart van het vak lijkt, restloos kan wegspoelen.
Het beeld kwam ervoor in de plaats, met een eigen vanzelfsprekendheid. We zijn de scan gaan behandelen alsof hij dichter bij de waarheid staat dan het feilbare verhaal van de patiënt en het oordeel van de arts. Pas als het beeld niets laat zien, durven we te geloven dat er niets is. Maar mijn oude supervisor had niet helemaal ongelijk. Ook het beeld is een lezing. Ook mijn oordeel als radioloog is aangeleerd, gestuurd, jarenlang bijgeschaafd. Geen onbevangen blik op de werkelijkheid, maar een geoefende. En die heeft gewonnen.
En daardoor is in de afgelopen 125 jaar ons beeld van ziek-zijn verschoven. We leerden beelden herkennen. We gingen ziekte anders beschrijven. En uiteindelijk drong het beeld door tot wat we dénken dat de ziekte ís: niet meer een toestand die je ervaart, maar een afwijking met een plek, met een pijl en een cirkel. Röntgen kreeg in 1901 de eerste Nobelprijs voor Natuurkunde. Niet voor geneeskunde. De grootste omwenteling in hoe artsen kijken en denken kwam niet uit de geneeskunde, maar van buiten.
Op datzelfde congres sprak techniekfilosoof Wietse Hage over AI voorbij de hype. Niet als toekomstmuziek, maar als iets dat al in de haarvaten van de samenleving zit en snel de geneeskunde binnenkomt.
Met dat verhaal over Röntgen nog in mijn hoofd denk ik aan mijn oude klinische leermeesters. Ze wisten waarschijnlijk beter dan ik dat ik niet hetzelfde pad zou bewandelen als zij. Wat ze me leerden was het hele vak, hoe je leert, groeit en twijfelt.
Ik schrijf dit met Claude. En ik twijfel of AI ons denken gaat veranderen, zoals de röntgenfoto dat deed. Ik ben bang dat het mijne al veranderd is. Terwijl we blijven zeggen dat het maar een hulpmiddel is.



