In een laboratorium in Japan renden soldatenkrabben door smalle gangetjes. Soldatenkrabben leven in zwermen op atollen in de Stille Oceaan. Aan één kant van het gangetje viel een schaduw op het zand. Voor de krabben lijkt dat op gevaar van bovenaf, een roofvogel. Dus deden ze wat krabben doen: ze renden weg.
De onderzoekers hadden de gangetjes in bepaalde vormen gebouwd. Soms kwamen twee groepen elkaar tegen in een Y-splitsing. Dan botsten ze niet simpelweg op elkaar. Ze mengden zich en bewogen samen verder, in een richting die ongeveer het gemiddelde was van de twee oorspronkelijke groepen.
Gek genoeg maakten deze wetenschappers een levende computer. In een gewone computer zijn dat elektrische signalen. Stroom of geen stroom. Een 1 of een 0. In het krabbenexperiment was de zwerm zelf het signaal. Komt er een groep door dit gangetje, dan is dat een 1. Komt er geen groep, dan is dat een 0.
De krabben hoeven dat niet te begrijpen. Een stroompje in een chip begrijpt ook niet dat het deel is van een berekening. Als groep A hier binnenkomt en groep B daar, komen ze op een bepaalde plek weer naar buiten. Die uitgang is het antwoord. Een 0 of een 1.
Zo wordt een gangetje een vraagmachine. Een complex systeem waarvan de deelnemer niet weet welke taak hij eigenlijk uitvoert. De krab weet niet dat hij rekent.
Sinds ik dat las, denk ik er soms aan op mijn werk. Niet dat radiologen op krabben lijken. Maar veel van mijn werk beweegt ook door gangetjes.
Tijdens mijn studie en opleiding dacht ik dat ik een ambacht leerde. Ik werd dokter. Later radioloog. Ik leerde kijken, redeneren, twijfelen, verantwoordelijkheid nemen. Mensen helpen met mijn kennis.
Dat is nog steeds waar, maar wie als medisch specialist in een ziekenhuis werkt, merkt dat het werk niet alleen uit kennis en aandacht bestaat. Het krijgt ook vorm door de omgeving. Door protocollen, roosters, productieafspraken, kwaliteitsindicatoren, declaratiecodes, EPD’s, PACS-systemen, verslagtemplates en dashboards.
Eerst werden die gangetjes vooral door artsen zelf getekend. Daarna steeds meer door managers, beleidsmakers, toezichthouders en verzekeraars. En inmiddels ook door softwareleveranciers. Niet kwaadaardig, vaak niet eens bewust. Maar er zijn wel gevolgen. Want wie het gangetje tekent, bepaalt niet alleen waar je klikt. Hij bepaalt ook wat zichtbaar wordt. Wat meetelt. Wat makkelijk is. Wat lastig is. Waar je tijd voor krijgt. Mijn doelstelling is om als arts mensen te helpen, maar daarvoor moet ik soms om het systeem heen. Ik ervaar dat als een dreiging van buitenaf. Een schaduw van de roofvogel die boven de Onno Krab hangt. Zo is het protocol nou eenmaal. Dat mag niet van de zorgverzekeraar. Dit heeft de Raad van bestuur zo besloten. The computer says no.
AI komt niet zomaar van buitenaf het ziekenhuis verstoren. Zo ambachtelijk was het artsen vak allang niet meer. Het was al ingebed in systemen. AI past zich nu vooral aan de bestaande kaders aan: Het is declarabel, of het is het niet. Het past in de aanbesteding, of het loopt vast. Op dit moment presenteert AI zich niet als verstoorder, maar een nieuw hulpmiddel die met mij door het bestaande gangetje wordt geperst.
Daar zit ook niet mijn angst.
Wat mij ongemakkelijk maakt is wat erna komt. Want de bank werd ook niet veranderd van binnenuit. Het bankfiliaal werd irrelevant doordat ergens anders, buiten het zicht van de bank, een ander gangetje ontstond. Niemand bij een Nederlandse bank had stem in hoe de iPhone werd ontworpen. En de makers van de iPhone wisten niet hoe zij de wereld zouden veranderen.
Datzelfde kan met de zorg gebeuren. Niet door “AI vervangt de dokter”, maar door AI die buiten het ziekenhuis de vraag, het onderzoek, het oordeel en de behandeling herontwerpt. Een gangetje dat niet in Den Haag, niet bij een softwareleverancier, en niet aan een vergadertafel in dit ziekenhuis wordt getekend.
En ik weet niet waar dat ergens anders is. Ik weet niet wie daar de kaders bepaalt. Ik weet niet welke doelfunctie eraan hangt.
Ik weet alleen dat het waarschijnlijk niet de vraag zal stellen wat goede zorg is, voordat het de vorm ervan bepaalt.



