De proeftijd
Seizoensfinale
Ik stond op het punt te springen.
Het schrijven ging me al maanden lichter af dan het hoorde te gaan. Een essayreeks die werkelijk af kwam. Het kwam niet doordat ik beter werd. Er dacht iemand mee die nooit moe was en nooit een dag oversloeg, en langzaam werd die stem scherper dan de mijne. Toen verscheen er een nieuw model, vernoemd naar de fabel. Een droom waar ik zo in kon stappen.
Woensdagochtend, tussen twee klinische blokken in. Ik open Claude om iets op te zoeken en boven in het scherm staat een bannertje. Fable 5 inbegrepen tot 22 juni. Lichtgrijs, vriendelijk, met een kruisje om het weg te klikken.
Ik klik het niet weg.
Het is het soort mededeling dat ik dagelijks tientallen keren wegveeg. Een abonnementsvoorwaarde. Een actieperiode. Maar ik blijf ernaar kijken zoals ik naar een toevalsbevinding op een röntgenfoto kijk. Iets kleins aan de rand van het beeld dat er niet hoort. Of juist wel, dat is steeds de vraag.
Hier hangt een tarief en een einddatum aan iets waarvan niemand precies kan zeggen wat het is. En toch las ik die ochtend vooral de uitnodiging. Kom mee, er is meer. Tot 22 juni. Redeneren. Denken. De hoogst denkbare slimheid. Speciaal voor Onno.
AI voelde voor mij lang als efficiëntie. Daarna als iets meer. Het maakte werk niet alleen lichter maar mijzelf ruimer, alsof ik kon wat ik niet kon.
En daar zit het stomme. Dit product prijst niet een goed buiten mij. Het prijst mijn denken zelf, en het gebruik verandert mij. Elke vraag die ik niet zelf uitdenk, is een oefening die niet plaatsvindt. Elke differentiaaldiagnose die ik laat voorzeggen, is een gedachte die ik niet zelf heb opgebouwd. Maar zo voelde het niet. Het voelde als vooruitgang. De achteruitgang meldt zich casus voor casus juist als winst, onmerkbaar op de schaal van een werkdag.
En na een werkweek? Hoe meet je het verlies van mogelijke leermomenten?
Er was ooit een dokter die urine proefde. Zoet betekende wat het betekende. Een zoete vloed, diabetes mellitus. Die vaardigheid is niet afgepakt. Ze is vrijwillig neergelegd toen er iets gemakkelijkers kwam. Geen arts heeft op de dag van neerleggen iets gevoeld. Je mist niet wat je je niet herinnert te hebben gekund.
Zo verging het ook delen van het lichamelijk onderzoek toen de CT kwam. Niemand verbood het. Een betere techniek veranderde langzaam de vraag wat nog de moeite waard was om zelf te kunnen.
Bij AI grijpt dat dieper, en dat maakte de verleiding zo zacht. Het raakte niet mijn handelen, maar wat eraan voorafgaat. Het vormen van een vraag. De trage, soms irritante wrijving waarin een gedachte nog niet af is. Dat is wat het model van me overnam, en ik liet gebeuren met genoegen, want wat ervoor terugkwam voelde als groeien.
Het rapport van Anthropic over deze voortgaande intelligentie bevat twee passages van eigen medewerkers die ik sindsdien niet kwijtraak. De ene beschrijft hoe werk vroeger dreef op kleine gunsten tussen collega’s. Kun je even meekijken. Elke gunst schiep een kleine schuld, een beetje wederzijds besef. Maar het model is sneller en schept geen schuld, en elke vraag eraan is een verloren bod op samenwerking.
De ander schrijft dat hij op goede dagen denkt dat niets wat hij doet er nog toe doet, en op slechte dagen merkt dat hij niet meer weet waar hij eigenlijk mee bezig is.
Dat is de andere kant van de droom. Niet dat je iets sneller doet. Dat je steeds minder vaak hoeft te ervaren waarom iets ertoe doet.
Er is een mechanisme waar ik dit voorjaar niet van losgekomen ben. Een voorziening die werkt, wist het bewijs van haar eigen noodzaak uit. Australië hield decennialang met een gesubsidieerd virus zijn konijnenplaag eronder. Het werkte zo goed dat niemand meer zag waarvoor het geld was, en in 2022 sneuvelde de financiering. Daarna kwamen de konijnen weer terug.
Hier gebeurt iets ergers. Niet de rem verdwijnt uit beeld, maar het orgaan dat de noodzaak van een rem zou moeten voelen. Wie lang genoeg op dit product leunt, verliest niet alleen vaardigheid maar ook het zicht op het verlies. En een droom die het bewijs van zijn eigen gevaar uitwist, is geen droom waar je vanzelf uit ontwaakt.
De wisselkosten verhuizen van het contract naar de geest.
Ik dacht dat ik dit kende. De belofte van het internet. De belofte van het EPD. Telkens een techniek die begon als bevrijding en eindigde als infrastructuur met voorwaarden. Ik dacht dat herkennen genoeg was. Dat wie de afloop kent, er niet opnieuw in trapt.
Maar dit keer nestelde het zich niet naast mijn denken. Het nestelde zich erin. En een afhankelijkheid die voelt als helderheid, herken je niet als afhankelijkheid. Daarom liep ik er met open ogen in. Ik wist het, en ik wilde het toch.
Het bedrijf achter Claude bevestigde dit voorjaar zijn beursgang. Sindsdien kreeg ik gescheiden tegoedpotten. Daarna een bewaartermijn van dertig dagen op mijn gesprekken. En nu een einddatum op mijn model. Een ander lab liet weten dat zijn modellen voortaan via de Universal Credits van Oracle worden afgerekend. De nieuwste macht verkoopt zichzelf via het loket van de vorige. De droom kreeg een prijslijst.
In 1602 gaven de Staten-Generaal de VOC een octrooi. Eenentwintig jaar alleenrecht op alle vaart en handel ten oosten van Kaap de Goede Hoop. Wie meedeed, legde zijn geld voor jaren vast en kreeg er nauwelijks zeggenschap voor terug. De bewindhebbers schoven met de voorwaarden waar dat uitkwam. Dividend kon desnoods in foelie worden uitgekeerd. Over de hele extractiemachine hing een verhaal van beschaving en vooruitgang.
Maar de VOC was nooit alleen handel. Vanaf dag één had de compagnie het recht om oorlog te voeren en eigen geld te slaan. Statecraft in de vorm van een bedrijf. De foelie was nooit alleen foelie. Toen de eerste uittreders hun geld terug wilden, liet de Staten-Generaal ze wachten, niet om een onderneming te redden maar om een machtsinstrument te behouden dat ook de staat van pas kwam.
De VOC werd volwassen. Volwassen worden betekende hier dat je het recht verloor om alleen een bedrijf te zijn.
En nu is die stap ook voor AI gezet. Niet omdat het model slimmer werd. Omdat toegang zelf politiek is geworden. Wie mag erbij, en wie beslist dat.
Mijn toegang is gister stopgezet. De staat heeft ingegrepen en gekozen wie wel en wie geen toegang kreeg. De toegang is dicht.
En met die dreun werd ik wakker.
Ik stond op het punt te springen, van mijn eigen werk naar de droom die het model me voorhield, en de grond werd onder me vandaan getrokken voor ik sprong. Het is de schrik van wakker worden vlak voor een val, vlak voor de slaap.
Ik zou nu kunnen schrijven over wat ons te doen staat. Ik weet het niet. De makers weten het ook niet. In hetzelfde rapport vroegen ze om een rempedaal dat ze alleen wilden gebruiken als iedereen ter wereld tegelijk ook zou remmen. Nu is er een rem. Niet die van hen en niet die van mij.
En dat laat me achter met een vraag die ik niet kan beantwoorden. Ik werd niet wakker doordat ik mezelf wakker maakte. De dreun deed het. Wat gebeurt er als de toegang terugkomt, de dreun wegebt, en niemand mij meer wakker houdt?
Hiermee sluit Supraclavicular seizoen één. Na de zomer begint seizoen twee. Ik denk na over kiezen en oordelen. Of over wat ervan overblijft als je het lang genoeg laat voorzeggen.



