Een studente technische geneeskunde wandelde bij ons op de afdeling en vroeg wat dat apparaat in de hoek was. Ik zei: dat is een fax. Ze keek me vragend aan. Ik wist een seconde lang niet zeker of ze me in de maling nam. Maar haar blik verraadde geen gevoel voor humor.
Een fax. Een ding dat in elke bank, elke huisartsenpraktijk, elk notariskantoor decennialang het centrale zenuwstelsel van de communicatie vormde. Onlangs is hij bij The Pitt herintroduceerd tijdens een cyberaanval. Hallo ChipSoft. Niemand heeft hem afgeschaft. Niemand heeft een kruistocht gevoerd. Iemand stuurde een keer een bestand per e-mail, en een paar jaar later zei iemand anders: waarom staat dat ding hier eigenlijk nog. De naam al vergeten voordat ik doorhad dat hij verdwenen was.
Ik moest aan mijn eerste coschap denken. De veneuze boog die ik verplicht moest kopen. Het oefenen op miltgrootte uitpercuteren. Vaardigheden en voorwerpen waarvan ik me ineens afvraag of de volgende generatie nog weet waarvoor ze bestonden.
Een collega van mij, radioloog, schreef onlangs iets wat bleef hangen. Het ging over artsen die klagen dat er te makkelijk gescand wordt. Zijn antwoord was onverwacht mild en hard tegelijk:
“Die dokters doen erg hun best met lichamelijk onderzoek: de buik palperen, luisteren naar hart en longen, reflexen slaan. Nog steeds goed bedoeld en hopelijk tegen beter weten in. Maar het is in de huidige tijd nauwelijks meer van waarde.”
Niemand heeft het lichamelijk onderzoek afgeschaft. Beeldvorming werd beter, en op een gegeven moment was palperen niet meer de snelste weg naar een diagnose. De arts die het nog doet is niet incompetent. Het ritueel is ingehaald door iets dat niet voor dat doel is gebouwd.
Eerder schreef ik al over Project Glasswing van Anthropic. Een nieuw AI-model, Claude Mythos Preview, vindt kwetsbaarheden in software die decennia aan menselijke review heeft overleefd. Het bouwt werkende exploits. Volledig autonoom. Kosten: minder dan tweeduizend dollar. Doorlooptijd: een halve dag. Werk waar de beste security-experts weken over doen. Blijkbaar is er wat op af te dingen. Kunnen andere modellen het ook. Is er misschien toch stiekem menselijk wat bijgestuurd. Zijn er door sommigen toch wat veiligheidsmechanismen uitgezet. Maar toch…
Mythos is niet getraind op cybersecurity. Het is getraind om beter te worden in code, in redeneren, in autonoom werken. De security-problemen zijn een bijvangst.
Een paar maanden geleden testten ze hun toenmalige beste model op dezelfde taak. Het lukte twee keer op honderden pogingen. Nu, met Mythos: 181 keer. Van 2 naar 181. In maanden. En wij lezen dat als “weer een nieuw model, weer iets beter.”
Toen de geldautomaat kwam, was er angst. En er was een advies. De geldautomaat gaat geen medewerkers vervangen. Het gaat mensen vervangen die zich niet aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. Dus leerden bankmedewerkers ermee werken. Keurig. De geldautomaat heeft geen bankmedewerkers vervangen.
De iPhone wel. Niet omdat Apple het op bankmedewerkers had gemunt. Mobiel bankieren was een bijvangst van een apparaat dat gebouwd werd om muziek te luisteren. Op een dag was er geen reden meer om naar een filiaal te gaan. Overigens werd de eerste CT-scanner ook gefinancierd met muziekgeld. Hounsfield bouwde hem bij EMI, van de winst van The Beatles. De muziekindustrie en entertainment als motor van disruptie is geen nieuw patroon.
“Leer werken met AI” is de geldautomaat-les. Het mist het punt. En dit punt geldt niet alleen voor radiologen, het geldt niet alleen voor artsen.
De radioloog kijkt naar AI in de radiologie. De jurist volgt AI in de juridische sector. De accountant leest over AI en boekhouding. Ieder bewaakt zijn eigen deur. Ondertussen wordt een model beter in programmeren en rolt daar iets uit dat elk slot opent. Wat sloten overbodig maakt.
Mijn collega schreef: “[Radiologen] zijn al vrij lang de bepalende triage-dokter.” Daar zit wat wij bezitten. Oordeelsvermogen. Context. De vraag achter de vraag. Dat maakt ons bijzonder, toch?
Maar het lichamelijk onderzoek was ook oordeelsvermogen. De handpalpatie van een ervaren chirurg bevatte tientallen jaren ervaring. Inzicht en interactie met de patiënt. Handen die wisten wat ze voelden voordat het hoofd het kon uitleggen (met dank aan mijn haptonoom). En het werd toch ingehaald. Niet door iets beters op hetzelfde vlak, maar door iets uit een heel ander domein dat toevallig hetzelfde probleem oploste.
Over tien jaar loopt er een coassistent de afdeling op. Ze ziet een dokter met iets om haar nek. Een slangetje, twee stukken metaal, een plaatje. Ze vraagt wat het is. De dokter, die tien jaar geleden nog studente technische geneeskunde was, weet het antwoord wel. Alleen is ze niet zeker of zij degene is die nu uitgelachen wordt.
Ergens wordt iets beter in iets wat niks met jou te maken heeft. De auto’s rijden. De lente bloeit. Je gaat naar je werk. Je palpeert een buik. Je reviewt een contract. Slaat de laatste spreadsheet van de dag op. En je denkt al die AI, dat gaat niet om jou.
Maar je bent ook niet het doelwit. Je bent de bijvangst.



