Supraclavicular
Hoofdhals maart 2026
Drie technische artikelen in deze stapel geven tijd of extra informatie met resolutie terug. TMJ-MRI met deep learning: 49% scantijdreductie. DLR labyrint: utriculus zichtbaar in 95% van de gevallen. U-HRCT 0,1 mm middenoor: sensitiviteit 100% versus 90,9%.
Maar wat doen we met die winst?
Sinds het DeepSeek-moment roept iedereen Jevons paradox. De kapper, het FD, een symposium-inrichter. Papagaaien aan de bar. Wat mij betreft is zo’n idee dan stuk, en de ironie dat ik het hier opnieuw aanhaal ontgaat me ook niet.
Ben White (radioloog, blogger) wijst de analogie af voor onze sector. AI heeft de workflow niet getransformeerd. Het scanvolume stijgt wel, maar door bevolkingsgroei, vergrijzing, meer indicaties, en een radiologentekort. Niet omdat de techniek ons sneller maakte. Doorlooptijden worden langer, niet korter. De marketingbelofte van een doorbraak is voornamelijk fantasie. Ons werk zwaarder.
Het MRI-blok van dertig minuten is een eigen waarheid. Hoe snel een sequentie ook wordt, hoeveel DLR ook scheelt, het blok wijkt niet. Dat blok wordt gevuld met meer voxels per dataset, meer sequenties per protocol. Dit zagen we ook bij de overgangen naar een hogere veldsterkte. We zien meer in dezelfde tijd. Meer pixels en meer sequenties. Geen Jevons, geen AI-revolutie. De vraag naar gezondheid is nou eenmaal oneindig.
De gewonnen tijd verdwijnt niet door een economische wetmatigheid, maar door iets saaiers: de scanner staat dertig minuten geboekt, daar pompen we informatie in tot het blok vol zit.
Wat we echt willen, is de vraag. Meer patiënten per dag, kortere wachtlijsten, of een rustigere werkdag. Het is een keuze. Maar ook de laborant staat geboekt tussen 7:30 en 16:30. Ook dit tijd zal opgevuld worden. Productiviteitswinst zonder doordacht beleid is gewoon meer werk. Meer werk voor de radioloog.
Tracklist
1. Medial retropharyngeal nodal region sparing radiotherapy in nasopharyngeal carcinoma: five year analysis of open label, non-inferiority, multicentre, randomised phase 3 trial. 🔓
Wang SX et al. — BMJ, maart 2026
Een gerandomiseerde fase 3-studie (n=568) vergelijkt MRLN-sparende radiotherapie met standaardbestraling bij niet-metastatisch nasofarynxcarcinoom. Na 70 maanden mediane follow-up is de 5-jaars lokale recidiefvrije overleving 89,2% versus 90,6%, totale overleving blijft gelijk. Sparend bestralen geeft minder dysfagie (graad ≥1: 22% versus 32%), minder xerostomie, betere slikgerelateerde kwaliteit van leven, en minder atrofie van de faryngeale constrictoren op MRI en videofluoroscopie. De auteurs noemen het een nieuwe standaard van zorg.
→ Dit hangt aan ons rapport. Als de mediale retropharyngeale klieren niet betrokken zijn op de (plannings-) MRI, kan de regio uit het doelvolume. Dat scheelt 10% absoluut dysfagie.
2. Prognostic Impact of Anterior Commissure Involvement on Treatment Failure in Early-Stage Glottic Carcinoma Treated With Definitive Radiotherapy: A Univariate and Multivariate Meta-Analysis. 🔓
De Felice F et al. — Head & Neck, maart 2026
Een meta-analyse over 9 studies en 2527 patiënten met vroeg-stadium glottiscarcinoom. Univariaat is voorste commissuur betrokkenheid (ACI) geassocieerd met meer lokaal recidief (OR 1,61). Na Bayesiaanse multivariate meta-analyse zakt dat naar OR 1,05 tot 1,43, niet meer significant. Alleen T-substadium blijft consistent voorspellend voor lokaal falen. De auteurs concluderen dat ACI geen zelfstandig prognostisch criterium meer is.
→ Wat dit betekent voor het MDO: Blijft de ACI een trigger voor “andere behandelroute”. Het T-substadium is leidend, ACI is een leuke nevenvondst van het kijken. Rapporteer ACI gerust, maar het MDO moet er geen behandelkeuze op bouwen.
3. Oral Cavity Lesion Mimicker: How Prevalent Is the Mylohyoid Boutonnière on MRI? 🔓
Péporté ARJ et al. — AJNR, maart 2026
Een retrospectief MRI-onderzoek bij 294 patiënten naar de prevalentie van de mylohyoid boutonnière, een discontinuïteit in de musculus mylohyoideus. Een knoopsgat. De variant komt voor bij 50,7% van de patiënten, in 45,6% bilateraal. De hernia-inhoud bestaat uit speekselklierweefsel (69,3%), vet (15,9%) en bloedvaten (14,2%). Geen leeftijdseffect, hoge interobserverovereenstemming. De auteurs bevestigen dat het een gewone anatomische variant is die mondholte laesies nabootst.
→ Eén op twee. Tegen de tijd dat je 100 hoofd-hals MRI’s bekijkt, heb je 50 boutonnières gezien. Speekselklier- of vetweefsel dat door de mylohyoideus glipt is geen ranula, geen lipoom, geen lymfadenopathie. Het is een knoopsgat.
Pearl
The role of microflow patterns combined with greyscale ultrasound in enhancing diagnostic validity and reducing unnecessary biopsy rate of thyroid nodules. 🔓
Li W et al. — European Radiology, maart 2026
Superb Microvascular Imaging (SMI) bovenop grijswaardenecho bij 253 schildkliernoduli (136 maligne). Vier microflow-patronen sturen de risicostratificatie bij:
Krab-klauw of wortelhaar: maligne signaal
Wiel of vertakt: benigne signaal
De diagnostische validiteit verbetert over meerdere TIRADS-systemen. De onnodige biopsieratio daalt tot 20,3% absoluut, in C-TIRADS van 38% naar 18%.
Microflow-patronen zijn best een interessant nieuwe toevoeging op de echo.
Doe dit morgen
Medial retropharyngeal nodal region sparing radiotherapy in nasopharyngeal carcinoma.
Bij elke nasofarynxcarcinoom-MRI: rapporteer expliciet of de mediale retropharyngeale klierregio vrij of betrokken is. Geen “geen pathologische lymfadenopathie” meer, maar: “mediale retropharyngeale klieren vrij” of “betrokkenheid mediale retropharyngeale regio”.
Deze ene regel in je verslag bepaalt of de radiotherapeut de regio kan sparen, en daarmee 10% absoluut dysfagie kan voorkomen.
Morgen toepasbaar bij de eerstvolgende NPC-staging.
Ook deze maand
Klinisch beleid
Prognostic Value of Tumor-Informed Circulating Tumor DNA in HPV-Independent Head and Neck Squamous Cell Carcinoma. 🔓 — Cohortstudie (n=40) bij lokaal gevorderd HPV-onafhankelijk HNSCC. Presurgische ctDNA-detectie 97%. MRD-positiviteit binnen 6 weken na behandeling voorspelt slechtere overleving (HR 7,15) en recidief (HR 5,39). Tijdens surveillance detecteert ctDNA recidief mediaan 5 maanden eerder dan beeldvorming. Klein cohort, validatie nodig, maar het signaal is concreet: de surveillance schuift naar het bloed. JAMA Otolaryngol Head Neck Surg
Percutaneous hepatic perfusion combined with ipilimumab and nivolumab for metastatic uveal melanoma (CHOPIN).00720-X) — LUMC-trial, fase 2, n=76. PHP met melphalan plus ipilimumab/nivolumab versus PHP alleen bij gemetastaseerd uveaal melanoom. 1-jaars progressievrije overleving 54,7% versus 15,8% (aHR 0,34). Toxiciteit fors: graad 3-4 bij 82% versus 41%, één behandelingsgerelateerd overlijden. The Lancet Oncology
New-Onset Nonarteritic Anterior Ischemic Optic Neuropathy and Initiators of Semaglutide in US Veterans With Type 2 Diabetes. 🔓 — Cohortstudie bij 102.361 US Veterans met DM2. Semaglutide-starters hadden 2,33 keer meer NAION dan SGLT2-remmer-gebruikers (HR 2,33; 95%-BI 1,54-3,54). Absoluut risico bleef laag (0,29% versus 0,13% over 2,1 jaar). Bij acute visusklachten op GLP-1RA: NAION nadrukkelijk in de differentiaal. JAMA Ophthalmology
Techniek
Deep learning reconstruction for temporomandibular joint MRI: diagnostic interchangeability, image quality, and scan time reduction. — DL-reconstructie versus conventionele MRI bij 88 TMJ-patiënten. Diagnostisch uitwisselbaar voor discusvorm, -positie en gewrichtseffusie (equivalentie-indices <3%). SNR en CNR significant beter, scantijd 49,2% korter. European Radiology
Uit Neuro-review
De volgende artikelen werden tijdens de neuro-review getagd als relevant voor hoofd-hals.
Cone-Beam CT of the Temporal Bone: Normative Linear Biometry of Inner Ear Structures.
Conte G et al. — AJNR, maart 2026
Categorie: diagnostiek
Een retrospectief onderzoek dat normatieve referentiewaarden vaststelt voor lineaire metingen van binnenoorstructuren op cone-beam CT (CBCT) van het temporale bot, gebaseerd op 319 patiënten van 3 maanden tot 91 jaar. Twee radiologen verrichtten onafhankelijk elf metingen met hoge interobserverovereenstemming. Leeftijd en geslacht hadden geringe invloed op de metingen. De percentielverdelingen voor alle elf structuren ondersteunen detectie van subtiele congenitale afwijkingen, ook bij CT-scans die op het oog normaal lijken.
Klinische relevantie: Voor radiologen die temporale bot-CT beoordelen bij congenitaal gehoorverlies bieden deze CBCT-normwaarden een praktische referentie om subtiele binnenoorafwijkingen kwantitatief te onderbouwen. CBCT is in Nederland minder breed beschikbaar dan conventionele MDCT voor temporale botbeeldvorming, wat de directe toepasbaarheid begrenst. Mooi referentiewerk voor de aficionado.
Precision Diffusion-Weighted Imaging of Head and Neck Squamous Cell Carcinoma. 🔓
Guzmán Pérez-Carrillo GJ et al. — AJNR, maart 2026
Categorie: techniek
Optimalisatie van diffusiegewogen MRI (DWI) voor hoofd-halscarcinoom (HNSCC) met test-retest scans bij 26 patiënten op 3T. Within-subject coëfficiënt van variatie 5,2-5,4%, ICC 0,80-0,83. Een geoptimaliseerd DWI-protocol (QIBA-conform, hoge b-waarde, Zoom-IT) levert reproduceerbare ADC-kwantificatie vergelijkbaar met of beter dan QIBA-profielen voor borst, lever en prostaat. Verdere validatie nodig voor klinische standaard bij tumorrespons en recidief.
Klinische relevantie: Voor afdelingen die DWI inzetten bij hoofd-halstumoren biedt dit concrete reproduceerbaarheidscijfers (RC ~14,4%) waarmee je echte tumorrespons kunt onderscheiden van meetruis. De QIBA-gebaseerde protocoloptimalisatie (hoge b-waarde, Zoom-IT, fantoomkalibratie) is direct toepasbaar bij 3T Siemens-systemen en kan als benchmark dienen.
Reflectievraag: Voldoet jouw DWI-protocol voor hoofd-halstumoren aan de QIBA-aanbevelingen?
Isolated Congenital Middle Ear Malformations: Comparison of Preoperative 0.1-mm Ultra-High-Resolution CT and Conventional High-Resolution CT. 🔓
Guo J et al. — AJNR, maart 2026
Categorie: techniek
Retrospectieve vergelijking van isotrope 0,1 mm ultra-hoge-resolutie CT (U-HRCT) met conventionele HRCT bij geïsoleerde congenitale middenoorafwijkingen, met chirurgische exploratie als gouden standaard. U-HRCT toont significant hogere inter- en intraobserverovereenstemming en betere concordantie met chirurgische bevindingen voor alle 10 beoordeelde structurele afwijkingen. Diagnostische sensitiviteit 100% versus 90,9%. Subtypeclassificatie volgens Teunissen aanzienlijk accurater met U-HRCT.
Klinische relevantie: Voor centra die temporaalbeenchirurgie ondersteunen kan overstap naar U-HRCT de diagnostische precisie verhogen bij het in kaart brengen van de lange tak van de incus, de stapes en het ovale venster. Pediatrische niche, maar wel sterk werk.
Reflectievraag: Biedt jouw huidige CT-protocollering voldoende resolutie voor subtiele congenitale middenoorafwijkingen?
High-Resolution 3T MRI of the Membranous Labyrinth Using Deep Learning Reconstruction. 🔓
Boubaker F et al. — AJNR, maart 2026
Categorie: techniek
Deep learning reconstructie (DLR) bij 3T MRI voor hoge-resolutie beeldvorming van het membraneus labyrint, vergeleken met conventionele 3D heavy T2-gewogen TSE. DLR verbetert de zichtbaarheid van meerdere binnenoorstructuren significant: utriculus en utriculaire macula goed zichtbaar in 95% van de gevallen, terwijl sacculus en semicirculaire kanalen gangen nog moeilijk beoordeelbaar bleven. De auteurs zien DLR als veelbelovende stap in niet-invasieve binnenoorbeeldvorming, met potentieel minder behoefte aan vertraagd gadolinium-gecontrasteerde technieken.
Klinische relevantie: Voor ziekenhuizen met 3T MRI biedt DLR-geassisteerde beeldvorming van het binnenoor een kwaliteitsverbetering zonder langere scantijden, relevant bij vermoedelijke endolymfatische hydrops of vestibulaire disfunctie. Mooi referentiestuk voor HR-anatomie van het labyrint.
Reflectievraag: Zou implementatie van DLR in jouw binnenoorprotocol de meerwaarde van vertraagd gadolinium-MRI bij endolymfatische hydrops kunnen aanvullen of vervangen?
Colofon
182 artikelen gescreend uit geselecteerde tijdschriften. 7 geselecteerd voor deze editie, aangevuld met 6 cross-domain artikelen vanuit de neuro-review. Artikelen beoordeeld met Claude AI (Anthropic). Eindselectie en redactie: Onno Vijlbrief, neuro- en hoofdhalsradioloog.








